abonneren

Europese verkiezingen: privacy op internet hot topic

Europese verkiezingen privacy

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Lees verder op de volgende pagina

Als bedrijven (en overheden) zo’n grote inbreuk op onze privacy maken, waarom accepteren burgers dat dan? Silicon Valley heeft haar werkwijze, het verzamelen van alle mogelijke data over ons en ons gedrag daarmee analyseren en sturen, lange tijd getooid als vooruitgang en als een onvermijdelijkheid – en veel mensen zijn dat gaan geloven. Maar, zegt Shoshana Zuboff, de concentratie van buitenproportioneel veel macht en kennis bij enkele multinationals is helemaal niet inherent aan de gebruikte technologie: we moeten hun macht breken en werken aan alternatieven.

In de Europese politiek wordt, met name aan de linkerzijde, steeds vaker gesproken over het gedwongen opbreken van bedrijven als Google en Facebook. Dat zou hun macht tijdelijk verkleinen, maar uiteindelijk kan één van de nieuwe bedrijven opnieuw de grootste worden.

“We moeten daarom daarnaast hun informatiepositie aanpakken en daarmee het ‘netwerkeffect’ verkleinen,” zegt Evelyn Austin. “Dat kan door dataportabiliteit (je mag je gegevens altijd meenemen naar een ander bedrijf) en interoperabiliteit (gebruikers van concurrerende diensten kunnen met elkaar communiceren) af te dwingen. En met een strikte handhaving van de nieuwe privacyregels kunnen we bedrijven dwingen een ander businessmodel te ontwikkelen. Als gebruikers bespioneren en met hun data geld verdienen niet meer mag, zullen ze hun geld ergens anders vandaan moeten halen.”

Europese verkiezingen privacy

Gebeurt er niets, dan is de kans groot dat de macht van de tech-bedrijven zich nog verder uitbreidt. Ook omdat met het Internet of Things het aantal apparaten en sensoren dat ons gedrag monitort steeds groter wordt. En omdat ondoorzichtige algoritmes in toenemende mate beslissingen nemen over ons leven.

Austin: “Data op grond waarvan beslissingen worden genomen, worden nu nog te vaak gezien als ‘data’ in plaats van ‘persoonsgegevens’, waarvoor veel strengere regels gelden. De AVG stelt nu grenzen aan geautomatiseerde besluitvorming: dat wil zeggen dat je er bij ingrijpende beslissingen recht op hebt dat een mens naar je situatie kijkt, en dat een bedrijf moet kunnen uitleggen hoe een algoritme tot een beslissing komt. Huidige AI-systemen voldoen daar waarschijnlijk absoluut niet aan.”

Bewaarplicht

Behalve het bedrijfsleven zet ook de overheid de privacy onder druk. In de eerste plaats door het grootschalig onderscheppen van gegevens via de kabel, zoals sinds vorig jaar in Nederland is toegestaan. De CTIVD, die toezicht houdt op de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, rapporteerde in december dat inlichtingendiensten op dit moment de wet zo uitvoeren dat er ‘een hoog risico op onrechtmatige gegevensverwerking’ bestaat.

Daarnaast zal het de komende jaren opnieuw over de ‘bewaarplicht verkeersgegevens’ gaan. Van 2009 tot 2015 moesten internet- en telefonieproviders bepaalde gegevens zes tot twaalf maanden bewaren: wie met wie belt, wie aan wie mailt, en waar mensen dat doen. In 2014 zette het Europese Hof van Justitie een streep door die verplichting, maar veel Europese landen hebben nog steeds een vorm van een bewaarplicht en de Nederlandse regering is bezig met een nieuw wetsvoorstel voor een bewaarplicht dat wél aan de privacyregels zou voldoen. Ook of zo’n bewaarplicht er mag komen, hangt af van de verhoudingen in Europa de komende jaren.

Er valt wat te kiezen

Er staan grote zaken op het spel in Europa de komende vijf jaar, en er valt dus wat te kiezen in mei. Hoe gaat Europa om met de macht van de tech-giganten en hun verdienmodel? Wordt het grootschalig tracken en verzamelen van data van burgers verder aan banden gelegd? Komt er een nieuwe bewaarplicht en wie mag onze bel- en mailgegevens inzien? En blijft het vrije internet overeind of perken auteursrechtregels dat in?

Politieke partijen denken heel verschillend over deze kwesties, blijkt uit de verkiezingsprogramma’s voor het Europees Parlement. Kijk maar eens naar onderstaande tabel.

Europese verkiezingen privacy

Over scherpere (e)privacy-regels zijn GroenLinks en D66 het duidelijkst, terwijl de SP ook stilstaat bij wat de AVG betekent voor kleine ondernemers. D66, GroenLinks en SP zijn de duidelijkste tegenstanders van uploadfilters en voor een vrij internet, terwijl CDA en VVD daar in Europa voor stemden. SP, GroenLinks en PvdA hebben het expliciet over het verkleinen van de macht van de grote tech-bedrijven, waar D66 en VVD vooral benadrukken dat er voldoende eerlijke concurrentie moet zijn.

CDA en VVD zijn duidelijk voorstander van een nieuwe bewaarplicht voor verkeersgegevens, terwijl de linkse partijen daartegen zijn. GroenLinks staat in haar programma stil bij de macht van algoritmes en de risico’s van het Internet of Things. D66 en de SP pleiten verder voor het herzien of opschorten van PrivacyShield: afspraken waardoor gegevens van EU-burgers in de VS kunnen worden opgeslagen. In het programma van de PVV – één A4’tje – komt privacy niet voor, maar de partij stemde in het verleden meestal voor privacybeperkende maatregelen.

Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement blijven veel mensen thuis: vijf jaar geleden was de opkomst slechts 37 procent. Maar wie over deze onderwerpen een mening heeft, kan zich toch maar beter wel verdiepen in de verkiezingen en gaan stemmen op 23 mei.

Geschreven door: Redactie PCM op

Category: Nieuws, Security

Tags: Privacy, Verkiezingen, eu, Avg