abonneren

Kom niet aan de Nachtwacht: trends in museumbeveiliging

Nietsvermoedend loopt een bezoeker tussen bloemblaadjes die verspreid over de vloer zijn geplaatst in museum Voorlinden. Dat is niet de bedoeling, blijkt als een van de beveiligers hem erop wijst dat hij in het kunstwerk staat. Nu was deze bezoeker zich van geen kwaad bewust, maar hoe beveilig je de dure kunstwerken in een museum zonder deze ontoegankelijk te maken?

Vroeger een aanwezige beveiliger genoeg om prijzige museumstukken in een zaal te beveiligen. Tegenwoordig zijn de stukken zelf individueel beveiligd en zijn er diverse rangen te onderscheiden in museumbeveiligingsmedewerkers: sommigen zijn profilers en richten zich op de bezoekers, anderen zorgen er juist voor dat niemand met zijn vingers (of spuitbussen of messen) aan de schilderijen komt. In het Rijksmuseum werken bijvoorbeeld 200 beveiligingsmedewerkers die niet alleen ongeveer 8000 kunstwerken beveiligen, maar ook bezoekers. De beveiliging houdt namelijk ook een oogje in het zeil tegen zakkenrollers.

Combinatie personeel en camera’s onvoldoende

Heel goed, zo'n leger aan menselijke beveiligers, maar is het voldoende? In een interview met Trouw sprak Annemarie Vels Heijn van de Nederlandse Museumvereniging haar zorgen uit over beveiliging van pronkstukken, met name dat de combinatie van beveiligingspersoneel en camera’s niet voldoende is. Een andere optie zou zijn om schilderijen achter glas te doen, of overal hekjes neer te zetten. Twee methodes waardoor een schilderij niet helemaal tot zijn recht komt. In ieder geval niet zoals de kunstenaar het heeft bedoeld.

Om dat wel mogelijk te houden en toch de kunst te beveiligen, wordt technologie ingezet. De specifieke ins en outs worden uiteraard vanwege veiligheidsredenen nooit openbaar gemaakt, maar er zijn meerdere methodes bekend. Zo hangen er camera’s om bezoekers in de gaten te houden die zich vreemd gedragen, maar zijn er ook laserstralen die een waarschuwing geven wanneer iemands hand te dicht bij het schilderij komt. Ook gaat er een signaal naar een nabije medewerker wanneer een kunstwerk beweegt.

Panoramacamera’s

Bosch maakt panoramacamera’s waarmee in een beeld een volledig overzicht van 360 graden kan worden gemaakt. Je kunt er zelfs mee inzoomen. Deze Flexidome IP Panorami 7000 MP-camera’s werken met een resolutie van 12 megapixel en hebben een imagerate van 30 fps. Het fisheye-perspectief wordt gecorrigeerd naar bruikbaar beeld. Met speciale software kunnen de beelden ook on-the-go worden bekeken op bijvoorbeeld een tablet. Doordat de camera ook opvallende beweingen registreert, hoef je niet urenlang beelden te bekijken maar kan er snel naar een opvallend moment worden geskipt.

Dit zijn voornamelijk preventieve maatregelen, maar wat doe je als het al te laat is? Je zou in het geval van brand infraroodcamera’s kunnen ophangen die gecombineerd met een soort thermometer veranderingen in warmte kunnen ontdekken. Maar waarom maken musea slechts van camera’s gebruik en wordt er niet gedacht niet aan maatregelen om de kunst terug te vinden, wanneer het al te laat is.

GPRS en RFID

Zo worden meesterwerken bijvoorbeeld niet van een GPRS-chip voorzien en lijkt alleen een RFID-chip nog tot de mogelijkheden te behoren. Ja, een GPRS-chip om op een schilderij te bevestigen bestaat nog niet. Je zou hiervoor GPRS-chips kunnen gebruiken zoals die in een telefoon, maar dan zou je elk schilderij elke avond moeten ‘opladen’. Het moet klein genoeg zijn zodat dieven het niet zien, maar het moet ook een grote batterijduur hebben. Nu wordt er dus alleen een RFID-tag gebruikt. Echter kun je met een RFID-tag met radiogolven na 100 meter niet meer traceren waar je kunstwerk zich bevindt.

Wellicht kan de Google Art & Culture-database iets betekenen in het terug kunnen vinden van gestolen kunstwerken? Of anders een app waarin je kunt zien hoe het met de marktwaarde van een kunstwerk zit en of hierin schommelen waarneembaar zijn. Het zijn allemaal ideeën die spelen, maar waar in de ietwat traditionele kunstwereld nog maar weinig mee wordt gedaan. Dat komt deels omdat men vooral gelooft in het preventieve gedeelte: zolang een kunstwerk niet van de muur afkomt, is er niets aan de hand.

Op Schiphol, een van ‘s werelds best beveiligde luchthavens, is ook een museum te vinden waar je het bijna niet van de muur kunt krijgen. Sinds 2002 is daar een dependance van het Rijksmuseum, waar kostbare schilderijen in vitrines hangen. Geheel inbraakbestendig en brandwerend, maar alsnog uitgerust met een menselijke beveiliger en technische hulp. Je kunt je met deze veiligheidsmaatregelen afvragen of er nog een menselijke beveiliger nodig is, maar dat zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Het is namelijk niet zo in films dat er een zwaar metalen hek naar beneden komt als iemand de kunst probeert mee te nemen: het is altijd een menselijke beveiliger die dan in actie moet komen.

Grootste kunstroof aller tijden

De grootste kunstroof aller tijden vond een kleine dertig jaar geleden plaats in Boston. Uit het Isabella Stewart Gardner Museum werden dertien kunstwerken meegenomen. In 1990 kwamen twee als agent verklede mannen het slecht beveiligde museum binnen, om vervolgens werken van bijvoorbeeld ‘onze’ Rembrandt te stelen. Grappig detail: de lijsten waaruit de kunstwerken werden gesneden hangen nog steeds in het museum. Er wordt nog steeds gewacht op de gouden tip: die is maar liefst 9 miljoen euro waard, slechts een schijntje van wat de 13 kunstwerken zouden opleveren: 450 miljoen euro.

Geschreven door: Laura Kempenaar op

Category: Blog

Tags: museum, beveiliging, Schilderijen, Kunst