abonneren

De perfecte combinatie van datacenters en zonnepanelen

In Nederland hebben we een aantal enorm grote, belangrijke datacenters. Denk aan het Google datacenter in Eemshaven en dat van Microsoft in Middenmeer. Amazon of Google, dat is nog onduidelijk, schijnt ook wel oren te hebben naar het Agriport A7-complex in Middenmeer. Het zou gaan om niet minder dan 24 hectare: ideaal voor zonnepanelen.

Het complex bij Agriport moet uiteindelijk 50 meter breed en 520 meter lang worden, wat een heleboel dak-oppervlakte betekent die ideaal kan worden gebruikt voor zonnepanelen. Daar wordt echter nog geen plan voor gemaakt, want er wordt eerst gekeken of de datacenters hun warmte kunnen afvoeren aan nabijgelegen kassenkwekers met een warmte-krachtinstallatie. Nuon heeft bovendien een overeenkomst met Microsoft voor het leveren van windenergie voor een totaal vermogen van 180 MW, dat vanaf 2019 zal starten en voor tien jaar is vastgelegd.

Zonnepanelen op de Eemshaven

Op de Eemshaven heeft Google wel al aan zonnepanelen gedacht. Er zijn daar nu twee datacenters van Google, waar nog eentje bijkomt. Dat levert niet alleen een heleboel banen op, maar ook een heleboel ruimte voor zonnepanelen. Sunport in Delfzijl levert duurzame zonne-energie aan het datacenter en er zijn afspraken met windparken gemaakt. Sunport bevat maar liefst 123.000 zonnepanelen op 30 hectare grond. Daar kom 27 gigawattuur aan groene stroom vandaan.

Previder is ook een datacenter dat meer doet met zonne-energie. Dit bedrijf in clouddiensten heeft sinds 2016 het eerste Nederlandse datacenter met eigen zonnepark, waarop maar liefst 1.272 zonnepanelen prijken. Er liggen plannen om het tweede datacenter te voorzien van 2.500 zonnepanelen. De warmte die vrijkomt door alle servers wordt weer gebruikt om de kantoren van Previder van warmte te voorzien. Zo gaat er zowel groene stroom in als uit.

Niet snel terugverdiend

Het klinkt als een ideale situatie: een datacenter heeft veel stroom nodig en zonnepanelen kunnen dat helpen leveren. Echter is het niet per se een voor de hand liggende oplossing. Dat komt omdat het ten eerste nooit voldoende energie opwekt om het datacenter te laten werken en omdat het erg kostbare panelen zijn om te installeren. Je hebt meerdere jaren nodig (soms zelfs decennia) om die kosten terug te verdienen.

Het is ondanks de dakoppervlakte van datacenters nog niet zo vanzelfsprekend voor bedrijven om die vol te zetten met zonnepanelen. Er zijn wel subsidies van de overheid beschikbaar (zie kader) en zonnepanelen verdienen zich uiteindelijk wel terug. Maar wat vooral jammer is, is dat de zonnepanelen alleen niet genoeg zijn om een volledig datacenter te laten werken. Gaan bedrijven als Google, Microsoft en Previder echter door met het sluiten van 10-jarige contracten met windenergiemaatschappijen, dan hoeft die extra energie die benodigd is helemaal geen milieubelastende oplossing te zijn.

Hulp van de overheid

In Nederland is de datacentersector snelgroeiend. Het draagt jaarlijks 1 miljard euro toe aan het BNP. Dat merkt ook de overheid, die vooral inzet op verduurzaming van datacenters. Er is een Energie Investeringsaftrek en Milieu-investeringsaftrek met in het speciaal nog de Topsector Energie (TSE), waarvan datacenters de regeling Demonstratie Energie-Innovatie en Urban Energy kunnen gebruiken om subsidie te krijgen voor bijvoorbeeld de plaatsing van zonnepanelen.

Geschreven door: Laura Kempenaar op

Category: Blog

Tags: amazon, google, Energie, Bedrijven, Duurzaam, Zonnepanelen, Datacenters