Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord
abonneren

Je eigen tijdmachine in Windows 10

Bestandsgeschiedenis in Windows 10 is een handige back-upfunctie die maar door weinig mensen wordt gebruikt. Het is net als Time Machine in OS X waarbij je terug kunt naar eerdere versies van een map of van een bestand.

Het opzetten van Bestandsgeschiedenis in Windows 10 is relatief eenvoudig. Het enige wat je nodig hebt is een andere harde schijf dan waar Windows op is geïnstalleerd met voldoende opslagruimte. Eenmaal ingeschakeld maakt Windows 10 vanzelf elk uur even snel een back-up van je belangrijkste bestanden, zodat je altijd iets achter de hand hebt als je net de prullenbak hebt geleegd en daarna bedacht dat je er toch nog een bestand uit nodig had.

Zo zet je het aan: Ga naar Start en klik onderaan op Instellingen. Ga naar de laatste optie, Bijwerken en Beveiliging en klik op het tabblad Back-up. Klik op Een station toevoegen, waarna Windows op zoek gaat naar geschikte stations voor de back-ups. Je hoeft de schijf niet te formatteren, zo lang Windows deze maar kan lezen en ernaar kan schrijven, is het prima. Als er een geschikt station te voorschijn komt, kun je dat selecteren uit de lijst. Als je wilt back-uppen naar bijvoorbeeld een NAS, klik dan op Meer opties, Zie geavanceerde instellingen, klik links op Station selecteren in het Configuratiescherm en klik op Netwerklocatie toevoegen. Je kunt nu naar je netwerkschijf bladeren waar Bestandsgeschiedenis moet worden opgeslagen.

Hier stel je in welke mappen meegenomen moeten worden en hoe vaak dat moet gebeuren

Standaard worden alle bestanden in je Bibliotheken meegenomen. Als je bestanden op andere locaties ook wilt meenemen, is dat mogelijk door terug naar de app Instellingen te gaan waar je Bestandsgeschiedenis net hebt aangezet. Klik dan opnieuw op Meer opties. Bij Back-up maken van deze mappen kun je een eigen map toevoegen die je eveneens belangrijk vindt. Standaard neemt Windows 10 alle bestanden in je Bibliotheken mee. Onderaan kun je overigens mappen uitsluiten van de back-up, bijvoorbeeld die mappen die heel grote bestanden bevatten en weinig worden gebruikt, bovenaan kun je nog instellen hoe vaak de back-up moet worden gemaakt.

Eenvoudig bladeren door alle geback-upte bestanden om er een terug te halen

Om nu je bestanden terug te halen, kun je twee dingen doen: klik met de rechtermuisknop op een bestand of map waarin wijzigingen zijn die je terug wilt halen en klik op Eigenschappen. Ga naar het tabblad Vorige versies. In de lijst zie je eerdere back-ups die Windows heeft gemaakt. Om erdoor te bladeren, dubbelklik je op een back-up waarna de map of het bestand geopend wordt. Als je iets specifieks zoekt, kun je beter naar Start gaan en zoeken op Bestandsgeschiedenis dat zich nu opent in het Configuratiescherm. Klik in de linkerbalk op Persoonlijke bestanden terugzetten. Je ziet nu alle mappen die geback-upt zijn. Met de pijlen onderaan kun je terug in de tijd en met de groene knop herstel je de bestanden en mappen zoals ze toen waren. Bovenaan zie je op welk tijdstip de back-ups zijn genomen. 

Geschreven door: Jochem de Goede op

Category: Workshop, Backup

Tags: bestandsgeschiedenis, Time Machine

Nieuws headlines

Laatste reactie