abonneren

De evolutie van kunstmatige intelligentie

kunstmatige intelligentie
Knappe koppen waarschuwen er al langer voor. Computers die zichzelf kunstjes aanleren is in eerste instantie indrukwekkend, maar waar houdt het op? Kunnen ze op den duur een bewustzijn creëren, net zoals mensen? In dit artikel lees je hoe het allemaal begon, en waar we heengaan met kunstmatige intelligentie.

Als we het over intelligentie hebben, denken we doorgaans aan een eigenschap van individuen; een eigenschap die binnen ons brein vorm krijgt, en dat brein beschouwen we als de meest complexe machine die we kennen. Maar waar komt dat brein zelf vandaan? Dat komt voort uit miljarden jaren evolutie.

Wat ooit begon als simpel eencellig leven groeide uit tot een overvloed aan soorten. Sommigen daarvan flopten omdat andere soorten succesvoller waren, andere soorten – denk aan de dinosauriërs – verdwenen omdat ze niet waren opgewassen tegen de veranderende omstandigheden als gevolg van een grote meteorietinslag. En toch wist de evolutie – geheel onbedoeld – dankzij ‘survival of the fittest’ keer op keer met nóg succesvoller ontwerpen te komen. Zo succesvol dat er uiteindelijk een levensvorm ontstond die de gehele planeet beheerste: wij!

Zo’n intelligente ingenieur vind je nergens anders, alleen is-ie wel een beetje traag. Software-ontwerpers realiseerden zich echter al snel dat het intelligente proces van evolutie (let wel: dat is iets anders dan zeggen dat er een intelligentie achter zit) kon worden gebruikt om betere programma’s te maken. Daarvoor moet je alleen mogelijke eigenschappen van zo’n programma vastleggen in parameters, die je als genen behandelt. Vervolgens laat je die genen nageslacht produceren en laat je er mutaties op los.

In een computer kun je op die manier nieuwe generaties produceren in een tempo dat miljoenen malen hoger ligt dan bij biologische evolutie. Op deze wijze worden al vele jaren succesvolle algoritmen ontworpen, bijvoorbeeld in de financiële wereld, en ook Eurequa gebruikt dit principe.

kunstmatige intelligentie

Algoritmen

Algoritmen slimmer maken door gebruik te maken van evolutie is een van de wegen die leiden naar slimmere computers. Een andere van oudsher populaire route loopt via de neurale netwerken. Ook het idee daarachter is van de natuur afgekeken: neuronen in onze hersenen staan in clusters met elkaar in verbinding door middel van elektrochemische signalen. Paden in ons brein die daarbij vaker worden benut, worden sterker, wat na enige tijd zorgt voor herkenning.

Aanvankelijk waren de neurale netwerken waarmee computerwetenschappers experimenteerden nog klein en tweedimensionaal. Tegenwoordig worden ze echter gestapeld in lagen om samen Deep Neural Networks te vormen. Elke laag in zo’n netwerk dient voor het kweken van herkenning van een bepaald aspect van het onderwerp waarop zo’n netwerk wordt getraind. Juist: getraind, niet geprogrammeerd. We zijn inmiddels aangekomen bij het fenomeen Deep Learning.

Deep Learning

Om te bepalen of een computer trekken van menselijke intelligentie vertoont, is ooit de Turing-test bedacht. Voer via een terminal een gesprek met een onzichtbare gesprekspartner en noem de intelligentie daarvan menselijk als je geen onderscheid kunt maken tussen deze conversatie en een dialoog met een persoon van vlees en bloed.

Als een computer de Turing-test doorstaat (en volgens sommigen is dat in 2014 gebeurd – zie kader ‘Een bezoekje waard’) zal deze ook acceptabele antwoorden geven op vragen als ‘hoe voel je je?’. Dat is echter geen garantie dat deze intelligentie ook daadwerkelijk zelfbewust is, al is dat vooral een filosofisch debat.

kunstmatige intelligentie

Grofweg zegt één school dat het besef van ‘ik’ het gevolg is van het totaal aan ervaringen (voor een computer eenvoudig vast te leggen in logboeken of in patronen binnen het neurale netwerk), terwijl een andere school zegt dat zelfbewustzijn fysieke gewaarwordingen vereist. We weten het simpelweg nog niet. Wat we echter wél weten, is dat we binnen zeer afzienbare tijd te maken zullen hebben met intelligente systemen die de menselijke intelligentie ver achter zich laten. En dan?

Kansen en zorgen

Onze intelligentie heeft ons heel veel goeds gebracht. In een paar duizend jaar tijd heeft ze ons kennis opgeleverd waarmee we erin slagen om steeds meer mensen in een steeds grotere mate van welvaart te laten leven. Die sterk toegenomen kennis heeft bovendien aangetoond dat we onze intelligentie kunnen inzetten om de problemen die ze onherroepelijk ook met zich meebrengt het hoofd te bieden.

De uitdagingen waar de mensheid voor staat – en dat zijn er meer dan genoeg: klimaat, energie, welvaartsverdeling en geweld, om er maar eens een paar voor de korte termijn te noemen – vragen om ultiem slimme breinen, en als de computer die kan bieden, zou de mensheid binnen een paar decennia van veel problemen verlost kunnen zijn.

De geschiedenis leert ons echter ook dat veel mensen geneigd zijn de voordelen die ze ten opzichte van anderen hebben uit te bouwen ter verrijking van zichzelf of ter vergroting van hun eigen macht. Waartoe is een superieur computerbrein in handen van deze machtswellustelingen in staat?

En dan is er natuurlijk nog de optie dat partijen op ideologische gronden tegenover elkaar blijven staan, zoals ze dat al duizenden jaren doen, alleen zijn ze nu gewapend met kennis die bijna geen grenzen meer kent.

In het manifest van de Unabomber – een pleidooi voor het radicaal afzweren van technologie – ligt het antwoord zeker niet, maar we doen er wel verstandig aan om de raad van Hawking en Musk c.s. ter harte te nemen en in rap tempo een standpunt in te nemen over hoe we met de aanstaande revolutie om willen gaan. Want dat we op de drempel van een revolutie staan, zoveel is wel zeker.

Tekst: Ap de Smits

Geschreven door: Redactie PCM op

Category: Nieuws, Algemeen

Tags: AI

Laatste Vacatures